Home

Lod XIV

Lod XV

Lod XVI

Empire

19e eeuw

Extra

Home Lod. XIV - 01 Lod. XV - 01 Lod. XVI - 01 Empire - 01 19e - 01 DR-01

Terug naar de symmetrie
Al snel na 1770 werd men die zwierige Rococo-stijl al weer beu. De wilde stijl met zijn golven en krullen, zijn vrije en fantastische asymmetrische vormen hield het maar één generatie uit.
En alweer kijkt heel Europa naar Parijs.
De nieuwe mode wordt weer beduidend strakker en verfijnder, gracieuzer en voornamer. Er komen weer tal van klassieke motieven naar voren: palmetten, schelpen, voluten (=spiralen), eierlijsten, parellijsten, tandlijsten, gordijnkwasten. De cartouche duikt op. Het gestrikte lint wordt populair.
Symmetrie wordt weer de regel. Ook komen nu geometrische vormen zoals: rechthoek, vierkant, cirkel en ovaal op de kunstvoorwerpen en in de gevelversieringen voor.

Terug naar de puurheid van de oudheid
De Lod. XVI-stijl markeert de terugkeer tot de 'puurheid' van de kunstvormen van de klassieke oudheid.
Kunstenaars baseerden zich vooral op de fantasievolle ideeën van de oude Grieken, omdat in die tijd Griekenland ontoegankelijk Turks territorium was. Alleen een paar archeologen reisden er door het land.
Maar wat zij aan tekeningen en voorwerpen meebrachten, ontketende een soort hype. Mensen kleedden zich grieks, dineerden op zijn grieks en bouwden tuinen met ruïnes op zijn grieks.
Rechte lijnen domineren in de stijl tezamen met het vormenrepertoire van de Antieken.
Dankzij filosofen als Rousseau en Diderot stond natuur en natuurbeleving centraal in de stijl.

Wat de hype van de interesse in de Klassieke oudheid nog verder verhevigde, waren de opgravingen van Pompei en Herculaneum.

Men noemt de kunstuiting van deze periode dan ook wel de Classicistische stijl.

Deze is te verdelen in 2 perioden: van 1770 - 1795: de Lodewijk XVI-stijl en de periode erna tot ca 1815: de Empire-stijl.

Beide stijlen lopen in ons land wel wat geleidelijk in elkaar over en zijn voor wat de snijramen betreft, niet zo eenvoudig van elkaar te onderscheiden.

De Classicistische periode is te beschouwen als de gouden eeuw voor de bovenlichten, juist in deze tijd neemt het aantal snijramen in de bovenlichten zienderogen toe en is er een enorme creativiteit. Waarbij geprobeerd wordt om van elk raam een uniek stukje kunst te maken.

Het snijraam in Amersfoort toont bovenin de linten, die langs opzij afhangen. In het midden zien we de bebladerde festoenen, die een krans vormen en onderin twee langgerekte gekruiste acanthusbladeren.
Er is geen zekerheid dat dit een oud raam is. Mogelijk is dit in later tijdstip in deze stijl gesneden.

Snijraam in de stijl van Lod. XVI

De krans is hier nog echt duidelijk een aan een lint opgehangen krans, als het ware bengelend voor de geometrisch vormgegeven achtergrond.

Groenburgwal. Lod XVI bovenlicht

Het acanthusloof wordt in deze periode verfijnder en langgerekter.

In het snijraam van de Herengracht is de strikte symmetrie goed te zien. De classicistische arabesken/grotesken leveren nu ook het motief om ingewikkelde symmetrische vormen te maken. Het is hier eigenlijk meer een bundeling van acanthusbladeren die van boven en van onderen uiteenwijken om het totale venster te vullen.

Herengracht snijraam met ingewikkelde symmetrishce vormen

AMERSFOORT

AMSTERDAM

LODEWIJK XVI   1750 - 1795

LOD. XVI - 01

Lod. XVI - 02

Op de Herengracht 178 is dit Lod. XVI-snijraam te vinden.
Let vooral op het geknoopte lint, de gekruiste takken en de toegepaste symmetrie.

Herengracht 178, Lod. XVI-snijraam